Vilten

“Echt handwerk;

Wassen, verven, kaarden, de compositie leggen en tot slot vilten”

De Kunst van het Vilten

Vilten is voor mij een dans tussen handen, vezels en tijd.

Het begint zacht: mijn handen zoeken de mooiste lokken wol, wassen ze voorzichtig en kleuren ze met tinten die ik in de natuur vind — van zonnig paardenbloemgeel tot diep walnootbruin. Daarna kaard ik de wol tot luchtige vezels en leg ik ze in een compositie die vanuit mijn handen ontstaat.

Dan volgt het zware werk: warm water, zachte zeep en dan wrijven, rollen, wringen. Steeds opnieuw, tot losse pluis verandert in stevig vilt. Wanneer het viltwerk droog en opgespannen is, strijk ik er met mijn vingers overheen. In de structuur voel ik het hele proces terug — een stille dialoog tussen mijn handen, de wol en de natuur.

Ik verf mijn wol met de hand en gebruik daarbij natuurlijke, plantaardige kleurstoffen die ik vaak zelf in de natuur verzamel zoals gele kamille (zonnegeel), walnootbolster (warm bruin) en galappel (zacht beige). Het zijn krachtige kleurstoffen die al eeuwenlang worden gebruikt.

Het resultaat is wol met diepe kleuren en prachtige nuances.

Dat komt doordat elke kleurstof én elke wolsoort zijn eigen karakter heeft. In hetzelfde verfbad krijgt wol van verschillende schapenrassen nooit exact dezelfde tint.

Kleuren uit de natuur

“Tijdens het verven voel ik me soms net een alchemist”

Je dompelt wol onder in een ‘groene soep’ van water met indigopoeder, haalt het er weer uit en voor je ogen verandert de wol in een schitterende diepblauwe kleur. Of je legt wol in een paarsachtig bad van rietpluimen en door slechts twee druppels ammonia toe te voegen wordt alles mosgroen. Een magisch proces.

Blijvende krachtige kleuren

De verfplanten die ik gebruik behoren tot de zogeheten “grand teint”kleurstoffen, bekend om hun kleurkracht en duurzaamheid. Daardoor blijven mijn viltwerken jarenlang mooi van kleur.

Een duurzaam en prachtig materiaal

Waar mogelijk gebruik ik wol uit Nederland van schapen die grazen op dijken en bermen of op de heide en daarmee goed zijn voor het behoud van het landschap en de biodiversiteit.

Elke wolsoort heeft zijn eigen karakter. De Nederlandse heideschapen leveren lange, zeer fijne vezels die perfect zijn om te vilten. Wensleydale en Leicester geven prachtige, fijne krullen, terwijl het Lincoln-schaap glanzende lokken produceert die bij het vilten een golvende structuur vormen.

Sinds de opkomst van de synthetische vezels verdween wol in het vergeethoekje en werd het een afvalproduct. Gelukkig zijn er momenteel weer een groeiende interesse en nieuwe toepassingen voor dit prachtige product.